Historie van het Deventer Bodemonderzoek.
Start in de Singelstraat door ir S.D. Rispens
April 1951 wordt in het centrum van Deventer, aan de Singelstaat het laboratorium in een herenhuis gevestigd. Het lab en adviesbureau wordt opgericht door ir S.D. Rispens die voor de tweede wereldoorlog in Leeuwarden Rijkslandbouwconsulent was. Prof Hudig die in 1928 het laboratorium van het huidige BLGG oprichtte, steunde samen met Ir Cleveringa het nieuwe Deventer Laboratorium. Hun gezamenlijke visie was een nieuwe aanpak in de beoordeling van bodemvruchtbaarheid en bodemonderzoek, een die niet alleen rekening hield met de puur chemische kant van bemesting. Enkele andere namen uit die begintijd zijn Dhr L. Tolner, Ir C. Koeman, Ir E Dreesman en Ir A. de Bruin en van Ekris sr.. De eerste analyses die werden uitgevoerd waren voederwaarde analyses voor bepaling van dierrantsoenen. Na enkele jaren van ontwikkeling wordt het bodemonderzoek in de nieuwe aanpak opgezet, dat zijn tijd ver vooruit was. Voor alle sectoren van land- en tuinbouw worden monsters geanalyseerd en handmatig van een advies voorzien. De naam in deze tijd is niet altijd hetzelfde geweest, maar de meest bekende is die van Centraal Bodemkundig Bureau. In de vijftiger jaren zijn door de eigenzinnige bemestingsadviezen die aan veehouders werden gegeven veel vee gered van de kopziekte.
Plaatje: Een bladzijde uit de bedrijfsbrochure van 1959

Het Deventer Bodemonderzoek breidt uit.
In de zestiger jaren wordt de Deventer bodemanalyse, die de bodem integraler benadert dan een voorraadrek van mineralen, ontdekt door de biologische land- en tuinbouw, allereerst in het Duitse taalgebied. In Nederland zijn er dan niet meer dan zo'n 25 biologische bedrijven, maar in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk is de biologische landbouw met een organisatie als de ANOG qua volume een stuk groter. Maar ook in Nederland is het laboratorium in de gangbare landbouw in opmars. Tevens wordt gestart met een accountancy afdeling omdat dit werk niet alleen voor dezelfde opdrachtgevers kon worden uitgevoerd, maar ook zorgde voor een betere arbeidsfilm in het seizoensmatige van het landbouwkundige onderzoek. Ondertussen komen vanuit de gehele wereld monsters binnen. Van zowel gangbare als biologische bedrijven.
Met de FIAT fabriek in Turijn wordt een bodemanalyse busje ontworpen.

In de zeventiger jaren loopt het bedrijf in omvang weer wat terug omdat de opvolging van ir Rispens te lang uit blijft. De accountancy afdeling wordt eerst afgesplitst en daarna verkocht. De microbioloog Winfried Felderer neemt in 1976 het roer over en introduceert de biotest voor de bepaling van de omvang van het biologisch leven in de bodem. . Uiteindelijk splitst het bedrijf in tweeen, er komt in 1980 een zuidelijke tak onder Winfried Felderer die zich in Merano Italie vestigt, en in Deventer wordt Carl Koch begin 1981 directeur. Begin tachtiger jaren wordt o.l.v. Koch het milieukundig onderzoek opgestart waarin ondermeer bodemvervuiling wordt gemeten. Het oorspronkelijke bodemonderzoek wordt door Koch door middel van nieuwe analysetechnieken omgezet naar een breder aanvaard analysepakket. In de tweede helft van de tachtiger jaren is er een volledig milieulaboratorium met onder meer GC/MS techniek. Enkele uit de vele namen uit die tijd zijn: P.P. van Eendenburg (en familie) , Harry Meussen, Jan Besten, Ares Marfoglia, Carli Aulich, Ronald Borkent, Thalwin Hulsebos en Henk van Eek. Het laboratorium analyseert naast bodemvruchtbaarheid en milieu een 50.000 tal mestmonsters per jaar voor de toenmalige mestbanken. Er wordt geexperimenteerd met allerlei nieuwe bodemleven bepalingen zoals bodemdiertjes en enzymatische bodemonderzoeken. Begin 1989 is de verhuizing van het oude nest aan de Singelstraat 19-25 naar de nieuwbouw aan de Gotlandstraat 13 op het Deventer industrieterrein voltooid.
Voor overheden wordt niet alleen milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd, maar ook geassisteerd met monsterneming, analyse en rapportage in de opsporing / handhaving. Naast de vele landbouwbedrijven zijn ook bouwbedrijven en particulieren klant alsmede organisaties zoals Milieudefensie en de Consumentenbond.
Begin negentiger jaren telt het bedrijf twee vestigingen en veertig medewerkers: Een in Breda gespecialiseerd lab voor de glastuinbouw en het Deventer lab voor al het overige onderzoek. In 1993 wordt het bedrijf in tween gesplitst waarbij het befaamde bodemvruchtbaarheidsonderzoek, de oude bodemtak, over gaat in Koch Bodemtechniek. Het milieu- en mestlaboratorium houdt de naam CBB onder leiding van Aad van der Hoeven en Jef Machielsen
Ares Marfoglia in het laboratorium.

Koch Bodemtechniek
Met nieuw elan wordt de oorspronkelijke bodemanalyse verder uitgebreid met de bepaling van de zuurstofhuishouding (1995), en worden steeds meer andere microbiologische bepalingen uitgevoerd. De bodemanalyse brengt nu vrijwel alle risico's in beeld, en ook worden nieuwe bemestingsstrategien beproefd en ingezet. Koch Bodemtechniek doet in samenwerking mer verschillende instanties waaronder het IMAG onderzoek aan ondermeer het FIR- Systeem. Nog steeds is de varieteit van opdrachtgevers groot, uit de juridische wereld, overheid, landbouw, landbouwtoeleveringsbedrijven, groenvoorziening. In 2000 neemt Koch Bodemtechniek het bodemlaboratorium over van
BBB (" Beegden") in Apeldoorn. Koch Bodemtechniek is gevestigd op verschillende kleine locaties in en rond Deventer. Steeds blijft de ontwikkeling van nieuwe gespecialiseerde onderzoeken doorgaan waaronder de verteringsmonitor, de mestkwaliteitsanalyses en de natuurlijk toxinen problematiek. De namen uit deze tijd zijn onder meer Ares Marfoglia, Anneke Overmars, Willem Banis, Jan Spigt, Nicoline Mofor en Henk de With.
| laatst aangepast | 11-09-2004 |
| Home | Algemene
Informatie | Monsterneming | Bookmark
Web-site Lezingen | Nieuws | Leveringsvoorwaarden | E-mail |